Nieuw Amsterdams Peil heeft een nieuwe website: napnieuws.nl
| Veel kritiek op stadsverwarming |
|
|
|
| Bijdrage van Tom Kikken | |
| Friday, 3 November 2006 | |
Steeds meer Amsterdamse woningen krijgen een aansluiting op stadsverwarming. Dat is goed voor het milieu, maar er is ook kritiek. De prijzen zouden te hoog zijn en bewoners zijn niet vrij in hun keuze voor een energieleverancier. ‘Je bent gebonden terwijl tegenwoordig iedereen toch moet kunnen kiezen’ ‘Ik denk dat stadsverwarming zich als een olieplek over Amsterdam zal verspreiden.’ Margriet Koomen van de Huurdersvereniging Amsterdam (HA) is er niet blij mee, maar gaat er niet van uit dat ze de aanleg van warmtenetten in de hoofdstad kan tegenhouden. ‘Ik verwacht dat in de toekomst alle nieuwbouwwijken worden aangesloten.’ Daar zou ze wel eens gelijk in kunnen hebben, want in Amsterdam is een stille revolutie aan de gang. Steeds grotere delen van de stad krijgen stadsverwarming. Het werkt simpel: elektriciteitscentrales of afvalverbrandingsovens verhitten water tot wel 120 graden. Grote buizen leiden het naar de radiatoren van woningen of bedrijven, die er zo ook in de winter warmpjes bij zitten. Het gaat vrijwel geheel om koelwater dat anders zou worden geloosd, maar zo een tweede leven krijgt. De Diemercentrale verwarmt op deze manier al een aantal jaren twaalfduizend woningen in Zuidoost en 25 honderd woningen in de nieuwbouwwijk IJburg. De grote doorbraak vond vorig jaar plaats. Toen besloten de gemeente en een aantal woningcorporaties om ook in de Westelijke Tuinsteden een warmtenet aan te leggen. De komende jaren krijgen daar tot een stuk of 24 duizend nieuwe koop- en sociale huurwoningen een aansluiting. De Afval Energie Centrale, die het afval uit de regio verbrandt, levert de energie. En daar blijft het niet bij. Amsterdam Noord beraadt zich momenteel over het plaatsen van zo’n net in delen van het stadsdeel. Ook Overamstel, het Zeeburgereiland en nog een deel van IJburg staan op de nominatie. Alles bij elkaar gaat het om zestig- tot tachtigduizend woningen. ‘Als alle projecten doorgaan, ontstaat op den duur een soort band van warmteprojecten rond het centrum van Amsterdam’, zegt Joris Scheen, woordvoerder van de gemeentelijke Dienst Milieu en Bouwtoezicht. De voordelen zijn overduidelijk. Stadsverwarming vervangt gas en doordat Amsterdammers minder stoken, neemt de uitstoot van CO2 af. Zo draagt de hoofdstad een steentje bij aan het tegengaan van het broeikaseffect. Per woning neemt de uitstoot met 27 tot 80 procent af. ‘Als alle geplande warmteprojecten doorgaan, betekent dat straks een reductie met 104 duizend ton CO2 per jaar’, aldus Scheen. Voor heel Amsterdam betekent dat een vermindering van ruim 2 procent. Gebonden ‘Vanuit ecologische bijdrage is het inderdaad prima om de restwarmte te gaan gebruiken’, zegt Fred Gersteling, net als Koomen van de HA. Maar stadsverwarming past volgens hem niet bij deze tijd. Terwijl consumenten in een geliberaliseerde energiemarkt zelf kunnen bepalen met welke leverancier ze in zee gaan, kunnen afnemers van stadswarmte dat niet. Warmtenetwerken staan immers, in tegenstelling tot die van gas of elektriciteit, helemaal op zichzelf. De contracten die de overheid en woningcorporaties sluiten met energiebedrijven zijn soms wel dertig jaar geldig. ‘Je bent gebonden. En dat terwijl tegenwoordig iedereen toch moet kunnen kiezen’, aldus Gersteling.Het is bepaald niet de enige kritiek die de HA heeft. Volgens de organisatie betalen de gebruikers van stadswarmte te veel. Om te voorkomen dat energieleveranciers hun monopoliepositie misbruiken, staat de gemeente Amsterdam er op dat ze uitgaan van het zogeheten Niet Meer Dan Anders-principe (NMDA-principe). De prijzen van stadswarmte zijn dan gekoppeld aan die van gas. Het idee daarachter is dat de consument nooit duurder uit is dan toen hij nog een ouderwetse cv-ketel had. Dat is nou net het probleem, zegt Gersteling. Want de klant is ook niet goedkoper uit dan met gas, terwijl dat wel kan. De energie- en afvalverwerkingscentrale draaien toch en zouden hun koelwater anders gewoon in het IJ of het Noordzeekanaal dumpen. ‘De kosten zijn nul. Het is afvalwater. Je hebt alleen de aanlegkosten van de energienetwerken.’ Dat de gemeente Amsterdam de laagste prijs van Nederland heeft bedongen, gelooft hij wel, maar het kan altijd minder. ‘Burgers hebben recht op de meest goedkope tarieven.’ Ondoorzichtig Bovendien is de manier waarop energiebedrijven de tarieven van gas omrekenen naar die van stadswarmte uiterst ondoorzichtig, stelt Toos Kloppenburg. Het is daardoor niet goed mogelijk de kosten van beide energiebronnen met elkaar te vergelijken. De bestuurster van Palladion, de huurdersvereniging van woningcorporatie De Alliantie, was een jaar geleden een van de eersten die haar vraagtekens zette bij stadsverwarming. Ze vroeg de HA er eens naar te kijken. ‘Het is niet inzichtelijk hoe die tarieven tot stand komen. Men probeert het van alle kanten boven tafel te krijgen, maar dat lukt niet.’ Koomen van de HA wijst nog op iets anders. De corporaties moeten betalen voor de dure aansluitingen in de woningen die ze in West bouwen. Om die kosten te compenseren, sloten ze een jaar geleden een dealtje met de gemeente: ze hoeven niet te voldoen aan de strenge Amsterdamse isolatie-eisen die toen golden. Daardoor moeten de bewoners van die woningen meer stoken dan anders het geval zou zijn geweest. Niet alleen in Amsterdam is er kritiek op de prijzen van stadsverwarming. Onderzoeksbureau TNO berekende dat het NMDA-tarief mogelijk 20 procent te hoog is, onder andere omdat energiebedrijven in hun berekeningen niet uitgaan van de modernste, en dus efficiëntste, cv-ketels. Vorig jaar bleek uit een rapport van de Algemene Rekenkamer dat er nauwelijks wat kon worden gezegd over de winstgevendheid van stadsverwarmingprojecten in Nederland. Bij slechts 6 van die 43 projecten was duidelijke informatie over de financiën beschikbaar. Eén project maakte winst tot 70 procent. Bij de Tweede Kamer ligt momenteel dan ook de Warmtewet, die waarschijnlijk na de verkiezingen wordt behandeld. Die moet deze tak van de energiemarkt wettelijk reguleren, want dat gebeurt nu nog niet. Zo moet de wet garanderen dat consumenten niet te veel betalen, door middel van een NMDA-tarief of van een ander model. Hij verplicht bedrijven verder altijd duidelijk te laten zien hoe ze hun tarieven berekenen. Ook komt er streng toezicht op leveranciers en worden ze verplicht om altijd energie te leveren, ook als bijvoorbeeld een centrale uitvalt. Casper Tigchelaar, verbonden aan het Energieonderzoek Centrum Nederland, begrijpt wel waar al de kritiek vandaan komt, al is hij in principe voorstander van stadsverwarming. Volgens hem brengen energiebedrijven allerlei kosten in rekening bij het bepalen van de NMDA-prijs, terwijl het lang niet altijd vanzelfsprekend is dat de consument daar voor moet opdraaien. ‘Die tarieven zijn gebaseerd op allerlei aannames die stuk voor stuk betwist kunnen worden.’ Ook wijst hij erop dat de overheid in de jaren tachtig bij een aantal projecten de prijs van stadswarmte aan die van gas koppelde. De gasprijs was toen nog heel laag en stadsverwarming zou wel eens erg duur kunnen uitvallen. Inmiddels kost gas flink wat meer dan twintig jaar geleden. ‘Misschien is dat NMDA-principe wat achterhaald.’ Geen woekerwinsten Waarom houdt Amsterdam er dan toch aan vast? Rob Kemmeren, projectleider stadsverwarming bij het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA) ziet niks in een ander model, dat bijvoorbeeld zou uitgaan van de daadwerkelijke kosten van stadsverwarming. Volgens hem maken leveranciers in de hoofdstad geen woekerwinsten. Bij de projecten van Nuon in Zuidoost en IJburg bedraagt de winst een kleine 5 procent. ‘Dat is bepaald niet veel.’ Ook van de verwachte winst in de Westelijke Tuinsteden, de gemeente gaat uit van een percentage dat kan oplopen tot 12 procent, is hij niet echt onder de indruk. ‘Er worden geen overwinsten gemaakt, en invoering van zo’n tarief zal in de praktijk weinig betekenis hebben. We voorzien “much ado about nothing”’. Ook houdt de gemeente nauw toezicht op de financiën van het grote project in West. De leverancier daar is Westpoort Warmte, een speciaal opgerichte firma waarin zowel Nuon als de gemeente een belang van 50 procent hebben. Bovendien is het volgens Kemmeren niet verstandig als mensen verschillende prijzen voor hun energie moeten betalen. ‘Je krijgt dan verschillende tarieven in stad en land. Krijg je dan weer te horen dat dat zo onrechtvaardig is.’Achterkamertjes Volgens de HA had veel onenigheid over de tarieven in ieder geval voorkomen kunnen worden. De bewoners hadden volgens de organisatie veel meer betrokken moeten worden bij de gesprekken over de prijs. Tot nu toe is dat helemaal niet het geval geweest. ‘De onderhandelingen gebeuren in de achterkamertjes, waar de gemeente, corporaties, Nuon en de stadsdelen de tarieven met elkaar bedingen. Maar waar zijn die bewoners? Er moeten delegaties namens hun aan meedoen’, vindt Gersteling. Hij stelt dat de volksvertegenwoordigers in de stadsdelen vaak niet eens wat over de aanleg van warmtenetten te zeggen hebben gehad. ‘In Amsterdam West is het heel vaak overgelaten aan het Dagelijks Bestuur. Sommige stadsdeelraadsleden wisten niet eens dat je er iets over kan zeggen. Het is maar een of twee keer heel kort aan de orde geweest in een deelraad.’ De HA heeft stadsdeel Noord, dat momenteel onderhandelt over het aanleggen van stadsverwarming, dan ook geadviseerd om de bewoners er flink bij te betrekken. Maar in welke mate dat gaat gebeuren, is nog onduidelijk. Niet alleen de prijzen zijn omstreden. Ook de voordelen voor het milieu staan niet voor iedereen als een paal boven water. Woningcorporatie de Alliantie denkt dat Amsterdam toekomstige milieuvriendelijke technologie uitsluit door nu stadsverwarming aan te leggen. Dan zou het kunnen gaan om heel zuinige cv-ketels of projecten met zonne-energie. ‘Je legt jezelf voor dertig jaar vast. Er zijn heel veel ontwikkelingen. Als er nieuwe verbeteringen zijn, kun je daar niks meer mee. Het is geen goede keuze’, zegt woordvoerster Julia Groenewold. De Alliantie was de enige die vorig jaar niet het convenant ondertekende waarin corporaties hun steun uitspraken voor een warmtenet in West. ‘Juist vanwege onze betrokkenheid bij het milieu.’ Stadsverwarming sluit andere energiebronnen helemaal niet uit, zegt Kemmeren van het OGA. ‘Als je een weiland vol zet met zonneboilers, kun je die gemakkelijk aansluiten op het warmtenet. Zo kun je verschillende duurzame bronnen gebruiken.’ En hij kan nog wel een extremer voorbeeld bedenken. ‘Stel dat het gas opraakt en de hele wereld moet overstappen op waterstof. Wat je dan doet is zo’n elektriciteitscentrale ombouwen tot waterstofcentrale. Dat is veel goedkoper dan alle cv-ketels ombouwen.’ Kloppenburg van huurdersvereniging Palladion heeft nog een ander kritiekpuntje. Haar woning in Osdorp is al aangesloten op stadsverwarming. ‘Je zou die onooglijke installatie bij mij thuis eens moeten zien. De unit en de leidingen zijn van plafond tot vloer een hele meter breed. Terwijl die cv-ketels van tegenwoordig zo klein zijn dat je ze gemakkelijk in een keukenkastje past. Het ziet er niet uit.’ Tom Kikken |
|
| Gewijzigd op ( Friday, 3 November 2006 ) |











Steeds meer Amsterdamse woningen krijgen een aansluiting op stadsverwarming. Dat is goed voor het milieu, maar er is ook kritiek. De prijzen zouden te hoog zijn en bewoners zijn niet vrij in hun keuze voor een energieleverancier. ‘Je bent gebonden terwijl tegenwoordig iedereen toch moet kunnen kiezen’